Het materiaal

Het biljart.

Biljarttafels zijn er in vele maten. Men hoort dan ook allerlei verhalen over de juiste afmetingen van wedstrijdtafels. Een officiële wedstrijdtafel heeft de afmetingen van 284,5 X 142,25 cm. De 'kleine' wedstrijdtafel welke het meest gebruikt wordt meet 2,30 X 1,15 m.

Afhankelijk van de bond waarbij u bent aangesloten kan er een klein verschil zijn. Genoemde maten gelden voor alle landelijke biljart bonden over de hele wereld en ook bij de meeste lokale bonden. Ook kleinere maten worden nog steeds gemaakt en bespeeld. In sommige competities wordt ook gebruik gemaakt van maten tussen de 2,00 en 2,30 m. Een tafel met een lengte van minder dan 2 meter noemt men een tafelbiljart. Deze lengte kan teruglopen tot 1,20 m. Voor alle tafels geldt echter dat het speelveld, gemeten tussen de banden, tweemaal langer is dan de breedte. Het speelvlak zelf bestaat uit één of meerdere leiplaten met een dikte die varieert van 30 tot 60 mm. Meest gangbare dikte ligt tussen de 40 en 45 mm. Tafelbiljarts worden om economische redenen ook wel voorzien van een kunststofplaat. De leiplaten voor wedstrijdtafels komen voornamelijk uit Noord Italië, Spanje en Portugal. In tegenstelling tot wat men vaak denkt zijn leiplaten niet zo stug. De temperatuur en het aantal draagpunten kunnen een plaat enigszins doen inzakken. Vroeger werd er dan een aanvullende poot onder het biljart geplaatst. Tegenwoordig wordt dit euvel opgevangen door een verbeterde constructie van de biljarts. Gelijkmatige verwarming zorgt voor een beperking van ongunstige invloeden op de tafel en het laken.

 

Het laken.

Over de speeltafel en de rubberen banden wordt een laken gespannen. Normaal is dit laken groen van kleur, maar ook rood komt wel eens voor. Lakens op wedstrijdtafels dienen echter altijd groen van kleur te zijn. Een goed vlak en schoon laken beperkt de remming op de rollende ballen. Dit laken is normaal van een op speciale manier geweven kamgaren. De laatste jaren wordt er door het kamgaren ook wel een nylonvezel verweven om een sterker laken en gladder oppervlak te verkrijgen waardoor de ballen wat 'harder' lopen. Dit 'nieuwe' laken is ontwikkeld onder invloed van grote driebander spelers als onder andere Van Oosterhout en Ceulemans. Veelal staat er dan aan de zijkant ven deze lakens iets van '300 intern'.

 

De keu.

Dit is voor de meeste biljarters het belangrijkste attribuut. Keuen worden gemaakt in allerlei soorten en maten. Het gewicht van een keu ligt gewoonlijk tussen de 460 en 550 gram. Een goede libre speler geeft meestal de voorkeur aan een lichtere keu (480 gram) terwijl een driebander speler liever een wat zwaardere heeft (520 gram). Voor iedere speler geldt dat het gewicht in zijn speelstijl moet passen en hij zich er goed mee kan moeten redden. Ook in lengte is er nogal wat variatie mogelijk. De meeste keus zijn ongeveer 138 centimeter lang. Heel belangrijk is ook de pomerans. Ook hier zit weer een verschil tussen de libre- en driebander speler. Een libre speler heeft meestal een pomerans van 10 en soms zelfs 9 mm, terwijl de voorkeur van de driebander speler meer uitgaat naar de 12 mm. De pomerans is een stukje geruwd leer, op een ivoren of bakelieten dopje bevestigd. De pomerans is waarschijnlijk dat onderdeel van het materiaal dat de meeste aandacht krijgt. Altijd dient men te letten op de volgende zaken:

 

De ballen.

Vaak is de bal het lijdend voorwerp als een wedstrijd niet verloopt zoals de speler dat zou willen. Zolang alles goed verloopt hoor je niemand, maar zodra het mis gaat zijn kreten als,

"Ze zijn niet rond", "ze slingeren", "ze voldoen niet aan de officiële eisen", "ze zijn niet goed schoon" of "ze zijn lelijk", dan ook niet van de lucht. Werd aanvankelijk begonnen met houten ballen, al vrij snel wed over gestapt op ivoren ballen. Tegenwoordig wordt er voornamelijk gespeeld met ballen die zijn gemaakt van een harscompositie. Geloof het of niet, maar het produceren van een goede biljartbal duurt ongeveer 6 weken! Allereerst wordt het harsmengsel zeer nauwkeurig samengesteld. Vervolgens volgen kleuring, vormgeving, weging, merken, glazuren, polijsten en de definitieve keuring van de bal. Maximaal mag de bal 2 gram in gewicht afwijken. Een bal die meer afwijkt wordt niet in roulatie gebracht. Een goede bal weegt 210 gram en heeft een diameter van 61,5 mm. Andere baltypen zijn ook in de handel verkrijgbaar, maar deze zijn niet geschikt voor een wedstrijdbiljart. De kunststofballen mogen soms gewassen worden met zachte zeep. Het opwrijven dient te gebeuren met een zachte wollen doek. Door de voortdurende botsingen van de ballen wordt het materiaal in elkaar geperst. Over het algemeen kan gesteld worden dat de eigenschappen van de ballen na elke 1000 speeluren sterk terug lopen en ze vervangen dienen te worden. In cafés is dit gewoonlijk éénmaal in de twee jaar en voor biljartcentra kan dit oplopen tot elk jaar. Te vochtige ballen nemen krijtstof op en verzwakken de uitwerking van het gegeven effect aan stoot- en raakbal.

 

De banden.

De Amerikaan Phelan heeft als eerste de houten banden vervangen door een vulling van glasvezel. Als vrij snel ging men over tot het vervaardigen van rubberen banden. Door toevoeging van koolstof en andere stoffen heeft men kunnen bereiken dat de afslag overal op de banden gelijk is. De meeste spelers letten nauwgezet op de afslag van de banden op de tafel waar ze moeten gaan spelen, en terecht! De afslag bepaalt mede een goed verloop van zeer veel stootbeelden. De rubberen banden van vandaag de dag zijn van een goede kwaliteit. Toch dienen ze na een aantal jaren vervangen te worden omdat het rubber uitdroogt.

Inhoudsopgave

© 2010  Ache